
Deze opname van de "Koninklijke Zeilvereniging Tandjong Priok"(*) dateer ik omstreeks 1930. Waarom? Omdat op de volgende foto's in de naam steeds "Jachtclub" voorkomt, namelijk "Kon.Bat.Jachtclub" (**) en "Jachtclub Tandjong Priok"(***). Na de souvereiniteitsovedracht is de het "Koninklijk" natuurlijk verdwenen. De datering is dus een beetje wat de Engelsen een "educated guess"noemen. Ik hoorde voor de oorlog mijn ouders nooit anders dan over "de Jachtclub" praten. Mijn vader was een verwoed aquariumliefhebber; was daar goed in en moest en zou op een gegeven moment een zoutwateraquarium hebben. Bijna elke zondag dus bij de jachtclub emmers zeewater halen en vissen vangen. De vissen thuis gingen namelijk met hardnekkige


regelmaat de pijp uit. Tegenwoordig draai je je hand er niet voor om; je kan thuis een privé koraalrif met bewoners hebben waarvan ze in de Minahassa groen van jaloezie worden. Begin 1941 kocht mijn vader een tweepersoonskano. Ik kon zwemmen als een vis; mijn vader vond dat ik niet alleen in, maar ook op het water mij thuis moest voelen. Na enkele lessen beoordeelde hij mij als voldoende vaardig om met hem op stap te gaan. De eerste test bestond uit uit het verlaten van het binnenwater en aan de andere kant van de pier de zee opgaan. Mijn moeder had dit alles met zichtbare argwaan gevolgd, maar mijn vader


bromde iets van "bange landrotten" en zette door. Er stond een stijve bries en toen we de pier gerond hadden begonnen dan ook meteen de moeilijkheden. De breis bleek stijver dan eeerst ingeschat en ondanks verwod gepeddel duurde het niet lang of de kano sloeg om. Uiteraard dolle pret bij de toeschouwers, die zich in grote getale op het terras hadden verzameld. De aanlandige wind en golven spoelden vader en zoon, peddels en kano na enige tijd keurig op het strand. Mijn moeder was nergens te bekennen want die wilde er even niet bijhoren. Kort daarop was het overigens uit met de pret want toen brak de oorlog uit. Getuige de foto's van 1953 en later ben ik nog in mijn werkzame leven terug geweest op de plaats waar zich dit alles had afgespeeld. Sinterklaas kwam per traditie altijd op een of ander vaartuig aan en dat trok natuurlijk grote belangstelling.
Overigens werd, als ik mij goed herinner, de Jachtclub ook voor andere feesten gebruikt. Mijn ouders hadden de gewoonte om op Oudejaarsavond naar de Jachtclub te gaan en dan "hun zonden in de zee te gooien" om met een schone lei het nieuwe jaar te kunnen ingaan. Hoewel ik na de Exodus eind 1957, begin 1958 meerdere malen terug ben geweest in Jakarta, ben ik nooit meer in de gelegenheid geweest om nog eens naar de Jachtclub toe te gaan. Ik herinner mij ook niet precies waar het gebouw stond en ook niet of het überhaupt nog wel bestaat. Zelfs met mijn laatste en meest gedetailleerde stratenboek van Jakarta kom ik er niet uit. Ook Google helpt me niet veel verder. Ik vermoed dat het terrein lag aan de mond van de Ciliwung langs het huidige Marina Ancol bij Indah Beach. Al sinds bijna mensenheugenis vertrokken ongeveer van die plek de pleziervaarten voor hun dagtochten naar een van de eilanden. Ook tegenwoordig is dat het geval, want de Pulau Ribu "Duizend Eilanden"zijn tegenwoordig
precies waar het stond of staat, houd ik mij zeer aanbevolen voor een berichtje. Ondergetekende ouwe knar die met zijn nyonya nog regelmatig in de kano stapt voor een tochtje op ons thuiswater, denkt daarbij soms nog wel eens aan de Jachtclub. Fotoverantwoording: * =de bronvermelding in het boek "laatste Tempo Doeloe"van Hein buitenweg vermeldt alleen "BPM-Rotterdam". ** = afkorting van "Koninklijke Bataviase Jachtclub", foto uit de on-line collectie van KIT. *** andere foto's van mijzelf, Pak Giel.Overigens werd, als ik mij goed herinner, de Jachtclub ook voor andere feesten gebruikt. Mijn ouders hadden de gewoonte om op Oudejaarsavond naar de Jachtclub te gaan en dan "hun zonden in de zee te gooien" om met een schone lei het nieuwe jaar te kunnen ingaan. Hoewel ik na de Exodus eind 1957, begin 1958 meerdere malen terug ben geweest in Jakarta, ben ik nooit meer in de gelegenheid geweest om nog eens naar de Jachtclub toe te gaan. Ik herinner mij ook niet precies waar het gebouw stond en ook niet of het überhaupt nog wel bestaat. Zelfs met mijn laatste en meest gedetailleerde stratenboek van Jakarta kom ik er niet uit. Ook Google helpt me niet veel verder. Ik vermoed dat het terrein lag aan de mond van de Ciliwung langs het huidige Marina Ancol bij Indah Beach. Al sinds bijna mensenheugenis vertrokken ongeveer van die plek de pleziervaarten voor hun dagtochten naar een van de eilanden. Ook tegenwoordig is dat het geval, want de Pulau Ribu "Duizend Eilanden"zijn tegenwoordig
een gewilde bestemming voor dagtochten en hele vacanties. Pulau Onrust, al in de VOC-tijd met een scheepswerf, Leiden, Edam (tegenwoordig Pulau Damar Besar), Purmerend (in de volksmond ook wel Pulau Sakit vanwege de melaatsen-behuizing die er ooit was), Pulau Rambut (ook bekend als Kerajaan Burung),
het zijn maar enkele van de Duizend Eilanden die zich vanuit de baai van Jakarta als een snoer juwelen naar het Noorden uitslingeren. Overigens, als iemand die dit verhaaltje leest, het gebouw herkent en weet of het er nog is en

