zondag 14 december 2008

Stadswapen van Batavia

Het stadswapen van Batavia

Het stadswapen van Batavia is door Jan Pieterszoon Coen op 15-02-1620 officieel aangenomen als stadswapen."een swaert van azur in een orange schilt, steeckende met de poincte deur een lourieren crans van couleur bruijn groen"Dat was de omschrijving die J.P. Coen eraan gaf. Het wapen is zelfs tot na de overdracht nog gebruikt op officieële stukken van de gemeente Jakarta.

Voorouders

Mijn voorouders

Ik vond tussen de familiepapieren "de verklaring van Nederlanderschap"van Sophia Louisa Hortentia de Liser de Morsain-Pelt, geboren 29-10-1872 te Batavia. Dit is mijn bedovergrootmoeder. Dit formulier was nodig naar wat ik begreep om te kunnen repartieeren naar Nederland.
Waar precies ze geboren is weet ik niet maar ze is met haar man George Carel Joseph de Liser de Morsain op 27-04-1896 te Batavia getrouwd, ze kregen 7 kinderen. De Oudste Johan Pieter Ferdinand de Liser de Morsain is al erg vroeg overleden. Mijn overgrootmoeder was de 2e. De gehele familie zou een lange tijd wonen op Kepoe Oost 3 in Kemajoran.
George was klerk bij de Staats Spoorwegen en is tijdens zijn loopbaan op verschillende plaatsen gestationeerd geweest. Dat blijkt dat Constance de Liser de Morsain in Djokja geboren is en Max en Eddy in Meester Cornelis geboren zijn. George is geboren op 03-08-1876 te Bandoeng en overleden op 16-08-1930 te Batavia. Hij is bijgezet in het familiegraf op Tanah Abang.
Hij is afstammeling van Petrus Paulus de Liser de Morsain die 30-09-1817 aankwam in Batavia.

De bijgevoegde foto van hen is de enige die wij in de familie hebben kunnen vinden. De andere foto is uiteraard van mijn bedovergrootmoeder waar er een aantal van zwerven binnen de familie.

Zij stant af van Jeremias David Pelt die in 1770 met de VOC naar Indië is gegaan en die zijn loopbaan op Timor begon en daar ook overleed. Hij huwde als eerste een Indonesische vrouw genaamd Maria Pangi.

Ik vind het geweldig welke verhalen er bij een foto passen.



M.G. van Spanje de-Liser de Morsain

Mijn overgrootmoeder Mimie Georgine de Liser de Morsain

Mijn overgrootmoeder is geboren op 09-02-1900 in Batavia op Kepoe Oost 3. Kepoe Oost is een straat in Batavia gelegen in de wijk Kemajoran. Dit was een wij waar de armere indo families leefde. Ze heeft haar school gevolgd aan het Grote Klooster op Noordwijk en is op 29-04-1921 getrouwd met H.J. van Spanje.

Hun eerste huis waar zij gingen wonen was aan de alom bekende Defensielijn van den Bosch 53. Het was een mooi groot oud Indisch huis met een grote voorgallerij en van die grote pilaren. In dit huis is zij begonnen met het maken van Indische koekjes zout en zoet voor de verkoop. Ze had Arsan in dienst om met haar te koken en Sairih ging dan met de koekjes de straat op om deze te verkopen. Dit was in de jaren 20.

In deze woning zijn alle 4 kinderen geboren waaronder mijn oma Irma van Spanje.

Ze zijn vanuit hier verhuisd naar een woning op Krekot en daarna Batoetoelis 29 en 39.
Ze was een hele sterke Indische vrouw, hield altijd de touwtjes in handen. Wilde eigenlijk niet gaan maar moest gezien de situatie toch ook naar Holland.
Mijn overgrootmoeder is in 1958 uiteindelijk toch gerepatrieerd en is op 18-04-1996 in Voorschoten overleden.
Ik ben blij dat ik haar nog lang heb mogen meemaken, heb veel geluisterd naar haar verhalen over Indië en probeer deze voor het nageslacht levend te houden.
Want je bent en je blijft een INDO......

Tjemaralaan 14

Tjemaralaan 14

Mijn familie woonde in deze woning van 1942 tot hun vertrek naar Nederland in 1958.

Ze moesten gedwongen verhuizen van Batoetoelis 39 naar de Tjemaralaan 14. Het huis lag op de kruising Tjemaralaan/Kenarilaan. Op de kruising was een pleintje met daarop een ijsdepot alwaar men staven Petodjoijs kon kopen en waar de befaamde gado2 Tjemara werd verkocht door Tjih.

De bovenste foto is een foto van het huwelijk van mijn opa en oma ( Rudolf Leonard de Lannoy en Irma van Spanje) genomen voor het huis op 18-11-1949.
De onderste foto is gemaakt in 2007, zoals men kan zien is het dak nog origineel en de vertrekken aan de binnenkant van de woning. Zelfs de waterput is nog intact.
De voorkant is compleet verbouwd.

Vanuit deze woning verzorde mijn overgrootmoeder per dag voor 150 mensen het eten. Er gingen dus 150 rantangs met 5 gerechten per dag door heel Menteng en Gondangdia heen. Het eten werd aan de zijkant van het huis in grote pannen bereid, ze had 2 vaste betjakrijders in dienst die alles op tijd bezorgde. Daarnaast bakte ze ook nog eens spekkoeken, Moskovisch, Gateau Africain en andere indische lekkernijen op bestelling. Soms wel 100 spekkoeken per week. Het was altijd een drukte van belang.
Gelukkig zijn alle recepten bewaard gbleven en geniet ik er nog vaak van...

Indisch in Jakarta

Zomaar een voetbalveld??????

Ergens acher in de wijk Cideng stuitten we op dit bord. Stadion V I J....

Mijn oom vertelde mij dat dit het eerste voetbalveld was voor Indische Jongeren in Batavia. En V I J staat voor Vereninging Indische Jongeren. Op dit veld zijn veel bekende Indische voetballers begonnen.

H.J. van Spanje


Mijn overgrootvader Hendrik Jacobus van Spanje.
Hij werd geboren op 13 april 1898 te Batavia aan de Gang Kleykamp nummer 6. Gang Kleykamp is een kleine straat achter de befaamde Pasar Baroe. Nu Pintu Air V.
Hij huwde op 21-04-1921 mijn overgrootmoeder Mimie Georgine de Liser de Morsain te Batavia. Het huwelijk werd voltrokken in het gouvernemensthuis ( het oude VOC stadhuis) in de benedenstad.
Deze foto is gemaakt voor het huis op Batoetoelis 39 te Batavia, alwaar hij een eigen reclameburo had genaamd "De Schakel". Na dat avontuur is hij in dienst gekomen bij ANETA op de Postweg als hoofd van de Reclameafdeling. Vlak voor de oorlog is hij dan in Dienst gekomen bij de drukkerij/boekhandel G. Kolff & Co, hier is hij in dienst geweest tot zijn deportatie naar Thailand door de Jappanners.
Volgens de asal oesoel had hij niet geinterneerd hoeven te worden daar hij net als mijn overgrootmoeder beschouwd werden als halve Aziaten ( genoeg Indonesisch bloed). Maar hij werg opgeroepen als langstorm soldaat voor het KNIL en werd opgepakt en eerst naar Bandoeng vervoerd, vanuit daar weer naar Batavia om zo met de boot getransopteerd te worden naar Siam/Thailand alwaar hij aan de beruchte Birma-spoorlijn werkte. Helaas door alle ontberingen heeft hij het niet overleefd en is op 10-01-1944 overleden te Kancanabury en ligt daar op het ereveld Cung Kai begraven.